De ideale vogeltuin
Voor vogels bestaat de ideale tuin uit voldoende schuilplaatsen, nestgelegenheid, voer en drinkwater.
Een tuin heeft een aantal schuilplaatsen nodig waar de vogel bij gevaar weg kan duiken of een nest in kan maken. Dit kunnen dichte struiken met of zonder doornen zijn. Een variatie aan diverse plantensoorten zorgt ervoor dat er verschillende soorten vogels een kijkje in de tuin komen nemen. Planten en hagen met bessen zijn goede lokkertjes. Sommige soorten hebben in de winter nog bessen. Op de struiken met bessen en bloeiende planten komen veel insecten af. Hier kunnen de vogels in de zomer veel insecten vangen, ook voor hun jongen.
Een aantal vogelsoorten waaronder winterkoning en de heggenmus komen op de wat rommeligere tuin af. Als je ergens een stapel met snoeihout maakt, dan is dat eigenlijk al voldoende. Ook in het najaar kun je een aantal van deze stapels maken. Planten met zaden kun je beter zo lang mogelijk laten staan. Vogels maken daar nog dankbaar gebruik van.
Ook op een balkon kun je genieten van de vogels. De vogels kunnen zelfs nog op de tiende verdieping een kijkje komen nemen. Vaak is het al voldoende om een kleine struik (in pot), een nestkast en een vogelvoederhuisje te plaatsen. Als je veel gebruik maakt van het balkon worden de vogels vaak gestoord en heb je kans dat de vogels minder snel terugkomen.
Een schaal met water is ook een top attractie. De vogels gebruiken deze om van te drinken en in te badderen. Een ondiepe schaal zou een goed vogelbad zijn.
