Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Dr. Woof

 


ArtSites Internetdiensten

Het Angorakonijn


Het Angorakonijn heeft een lange, zachte, pluizige vacht: een foutje van de natuur wat door mensen is voortgezet. Met deze gemuteerde vacht heeft een konijn in de natuur geen kans op overleven. Voor ons ziet het konijn er vreselijk lief uit en daarbij heeft de vacht een speciale kwaliteit: door de luchtkamertjes in de haarstructuur is deze bijna 7 keer warmer, maar veel lichter dan schapenwol. Een goede vachtstructuur kan voor ongeveer 1 kilo wol per jaar zorgen. Door de eeuwen heen is het Angorakonijn dan ook daarvoor gehouden door de mensen.
Op dit moment wordt het Angorakonijn in Nederland hoofdzakelijk als huisdier gehouden. Maar in China en andere Oosterse landen is er nog een levende markt in Angorawol. Het gaat om fokkerijen met honderden konijnen, gefokt om de wol, soms ook voor de consumptie. De wol wordt overigens, om de kosten te drukken, veelal met synthetische vezels vermengd.
Het Angorakonijn hebben wij tijdens de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland als productiekonijn gekend. Hitler liet het fokken van Angorakonijnen in Duitsland door de overheid subsidiëren. Hij zag er het belang van in om zijn vliegeniers en officieren te voorzien van warme onderkleding. Door heel Duitsland diende de Angorawol voor het leger. Ook in Nederland werden er bij bijna ieder vliegveld Angora's gehouden. Er stond zelfs een boete op als je als burger Angorawol voor eigengebruik hield. In Rusland fokte men op nog grotere schaal. Hier werd het hele leger voorzien van Angoravoering in de kleding.

 

Bijzonderheden
De vacht bestaat uit 3 soorten haar: de grannenharen en bijharen vormen de dekharen en beschermen de huid. De onderwol zorgt voor de isolatie.
De grannenharen zijn recht tot aan de haarwortel. De bijharen zijn licht golvend en de onderwol is teer, fijn, golvend en zijdeachtig. Er zijn meerdere dieren die de naam Angora dragen. Denk aan de Angorakat en de Angorageit. Maar alleen de wol van het konijn wordt gebruikt om te spinnen.
Rasechte Angora's staan geregistreerd bij de NKB (Nederlandse Konijnenfokkers Bond). Hier kan elke fokker lid van worden. Voor het fokken bestaan natuurlijk regels. Gefokte konijnen worden bijvoorbeeld met 7 á 8 weken getatoeëerd. In de maanden oktober, november en december mag niet gefokt worden.
Omdat wij alleen nog met sier-Angora's te maken hebben, zijn er meerdere kleuren erkend: zwart, blauw, bruin, geel, wit met rode ogen en wit met blauwe ogen. Het is niet aan te raden om het ras te kruisen met andere raskonijnen. Mochten er dan toch Angora-achtige vachten uitkomen, dan is de kans groot dat deze vachten te gemakkelijk vilten. Op tentoonstellingen wordt niet alleen gelet op de vachtstructuur maar ook op lichaamsbouw en zuiverheid van kleur.

Geslachtsonderscheid
Bij het konijn kunt u op jonge leeftijd het geslacht bepalen: de afstand tussen anus en geslachtsdeel is bij de ram groter dan bij de voedster. Als het konijn ouder is, ziet u dat de ram duidelijk grover is en forse wangen heeft. Ook qua temperament is een ram meer aanwezig.

Huisvesting
Bij het Angorakonijn gelden dezelfde regels als bij ieder ander konijn. Geef hem zoveel mogelijk ruimte. Zet het hok nooit in de volle zon en stel het niet bloot aan tocht. Natuurlijk kunt u uw konijn ook tijdelijk, op een mooie droge dag, buiten op een grasveldje laten dollen. Een konijnenberg is niet echt praktisch, gezien de lange vacht van de Angora. Daar komt nog bij dat de vacht niet geschikt is voor natte weersomstandigheden. Het natte diertje wordt met een beetje kou en wind snel ziek.
U dient er op bedacht te zijn dat stro en houtvezels in de vacht blijven steken. Dit kunt u voorkomen door de vacht aan de onderkant en rond de anus kort te houden. Wilt u hem een keer showen, dan is gaas een optie.

Voeding
Er zijn verschillende soorten konijnenvoer te verkrijgen. Dit zal altijd aangevuld moeten worden met voldoende hooi voor de vezels en vers water in een drinkfles (een fles is hygiënischer dan water uit een bakje). Voer dat gegeven wordt aan muizen en ratten is niet geschikt voor konijnen, caviavoer wel. Als u een cavia en een konijn bij elkaar zet, geeft u hen dan caviavoer ivm de extra vitamine C voor de cavia. Konijnenvoer voor de cavia is geen goed idee.
Verder is er veel onkruid dat het konijn erg op prijs stelt. Hierbij een paar bekende soorten die u overal kunt vinden:


Voortplanting
De langstaarthagedissen plant
Het Het Angorakonijn heeft een klein eigenaardigheidje wat we caecotrofie noemen: het opeten van de eigen ontlasting. Het gaat niet om alle keutels. Het konijn weet welke hij direct na uitscheiding weer op kan eten. De keutels, zogenaamde caecotrofen, voorzien hem voor 20% aan eiwitten en 100% aan vitamine B en K.

Aanschaf en verzorging
De aanschaf van een konijn moet goed overdacht worden. De aanschaf van een Angorakonijn vergt nog eens extra bedenktijd. Hij heeft niet voldoende aan een lekkere knuffel en water en voer op zijn tijd.
Het is een konijn wat werd en wordt gefokt voor de Angorawol. Deze konijnen vereisen veel meer onderhoud dan ieder ander konijn. Eens in de 3 maanden MOET het Angorakonijn geknipt worden. Als dit niet gedaan wordt, gaat de vacht enorm vilten. Na de knipbeurt is het vachtonderhoud in de eerste maand minder intensief maar mag het zeker niet versloft worden. De daarop volgende weken zal er bijna dagelijks onderhoud aan de vacht gegeven moeten worden om viltvorming te voorkomen.
De eerste knipbeurt is met 9 weken. Bij deze beurt is het belangrijk dat er minimaal 2 cm haar blijft staan. Het konijn is nog jong en mag het niet te koud krijgen. Toch is de knipbeurt onvermijdelijk want in deze periode verandert hij van vacht. Wordt hij niet gekortwiekt, dan raakt de nieuwe vacht in de klit met de babyvacht.
Als u uw konijn zelf wilt bijhouden met knippen, laat dan een ervaren Angorahouder het een keer voordoen. Het is belangrijk dat de behandeling voor uzelf maar zeker ook voor het konijn geen drama wordt. Het moet immers meerdere malen per jaar herhaald worden.
 

Ziektes

  • Schurftmijt. Dit is een parasietje dat onder de huid leeft en erg besmettelijk is. Het veroorzaakt jeuk die gepaard gaat met korsten. Het is goed te behandelen. Om herbesmetting te voorkomen zal ook de omgeving aangepakt moeten worden.
  • Vlooien en luizen. Parasieten die op de huid leven en ook deze veroorzaken jeuk. Met de juiste middelen ook goed te behandelen.
  • Besmettelijke snot (pasteurella multocida). Veel konijnen hebben de bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Bij vermindering van de weerstand door bv stress kan het zich uiten. Het kán behandeld worden, maar meestal overlijdt het konijn aan een longontsteking.
  • Myxomatose wordt overgebracht door stekende insecten. De symptomen zijn een opgezette kop, opgezette ogen en ook de anus en genitaliën worden aangetast. Deze besmetting kan voorkomen worden door het konijn iedere 6 maanden te laten inenten.
  • VHD (Viral Hemorrhagic Disease) is een ziekte die veel bij wilde konijnen voorkomt. Het is een ziekte die zo snel verloopt dat de symptomen vaak niet eens tot uiting zijn gekomen. Ook hier kunt u uw konijn iedere 6 maanden tegen laten inenten.
  • Doorgegroeide tanden. Bij een verkeerde stand van de tanden kan het konijn vaak niet meer eten. Het is dan noodzakelijk de tanden te vijlen of knippen.
  • Verlamde achterhand/achterkant. Door het verkeerd oppakken van een konijn kan het schrikken en gaan spartelen. Een konijn heeft zulke krachtige spieren dat hij  hierdoor zijn rug kan overstrekken en deze kan kneuzen en zelfs breken.
  • Epilepsie. Dit is een erfelijke afwijking maar het kan ook veroorzaakt worden door de parasiet encephalitozoonose. Deze kan oa letsel veroorzaken aan de hersenen. Dit komt vaak voor, maar wordt niet altijd gediagnosticeerd.


Veel plezier met uw Angorakonijn!

terug