|
Bijzonderheden
De vacht bestaat uit 3 soorten haar: de grannenharen en bijharen
vormen de dekharen en beschermen de huid. De onderwol zorgt voor de
isolatie.
De grannenharen zijn recht tot aan de haarwortel. De bijharen zijn licht
golvend en de onderwol is teer, fijn, golvend en zijdeachtig. Er zijn
meerdere dieren die de naam Angora dragen. Denk aan de Angorakat en de
Angorageit. Maar alleen de wol van het konijn wordt gebruikt om te
spinnen.
Rasechte Angora's staan geregistreerd bij de NKB (Nederlandse
Konijnenfokkers Bond). Hier kan elke fokker lid van worden. Voor het
fokken bestaan natuurlijk regels. Gefokte konijnen worden bijvoorbeeld met
7 á 8 weken getatoeëerd. In de maanden oktober, november en december mag
niet gefokt worden.
Omdat wij alleen nog met sier-Angora's te maken hebben, zijn er meerdere
kleuren erkend: zwart, blauw, bruin, geel, wit met rode ogen en wit met
blauwe ogen. Het is niet aan te raden om het ras te kruisen met andere
raskonijnen. Mochten er dan toch Angora-achtige vachten uitkomen, dan is
de kans groot dat deze vachten te gemakkelijk vilten. Op tentoonstellingen
wordt niet alleen gelet op de vachtstructuur maar ook op lichaamsbouw en
zuiverheid van kleur.
Geslachtsonderscheid Bij het konijn kunt u op jonge leeftijd het
geslacht bepalen: de afstand tussen anus en geslachtsdeel is bij de ram
groter dan bij de voedster. Als het konijn ouder is, ziet u dat de ram
duidelijk grover is en forse wangen heeft. Ook qua temperament is een ram
meer aanwezig.
Huisvesting Bij het Angorakonijn gelden
dezelfde regels als bij ieder ander konijn. Geef hem zoveel mogelijk
ruimte. Zet het hok nooit in de volle zon en stel het niet bloot aan
tocht. Natuurlijk
kunt
u uw konijn ook tijdelijk, op een mooie droge dag, buiten op een
grasveldje laten dollen. Een konijnenberg is niet echt praktisch, gezien
de lange vacht van de Angora. Daar komt nog bij dat de vacht niet geschikt
is voor natte weersomstandigheden. Het natte diertje wordt met een beetje
kou en wind snel ziek.
U dient er op bedacht te zijn dat stro en houtvezels in de vacht blijven
steken. Dit kunt u voorkomen door de vacht aan de onderkant en rond de
anus kort te houden. Wilt u hem een keer showen, dan is gaas een optie.
Voeding Er zijn verschillende soorten
konijnenvoer te verkrijgen. Dit zal altijd aangevuld moeten worden met
voldoende hooi voor de vezels en vers water in een drinkfles (een fles is
hygiënischer dan water uit een bakje). Voer dat gegeven wordt aan muizen
en ratten is niet geschikt voor konijnen, caviavoer wel. Als u een cavia
en een konijn bij elkaar zet, geeft u hen dan caviavoer ivm de extra
vitamine C voor de cavia. Konijnenvoer voor de cavia is geen goed idee.
Verder is er veel onkruid dat het konijn erg op prijs stelt. Hierbij een
paar bekende soorten die u overal kunt vinden:
Voortplanting De langstaarthagedissen plant
Het Het Angorakonijn heeft een klein eigenaardigheidje wat we
caecotrofie noemen: het opeten van de eigen ontlasting. Het gaat niet om
alle keutels. Het konijn weet welke hij direct na uitscheiding weer op kan
eten. De keutels, zogenaamde caecotrofen, voorzien hem voor 20% aan
eiwitten en 100% aan vitamine B en K.
Aanschaf en verzorging
De aanschaf van een konijn moet goed overdacht worden. De aanschaf van een
Angorakonijn vergt nog eens extra bedenktijd. Hij heeft niet voldoende aan
een lekkere knuffel en water en voer op zijn tijd.
Het is een konijn wat werd en wordt gefokt voor de Angorawol. Deze
konijnen vereisen veel meer onderhoud dan ieder ander konijn. Eens in de 3
maanden MOET het Angorakonijn geknipt worden. Als dit niet gedaan wordt,
gaat de vacht enorm vilten. Na de knipbeurt is het vachtonderhoud in de
eerste maand minder intensief maar mag het zeker niet versloft worden. De
daarop volgende weken zal er bijna dagelijks onderhoud aan de vacht
gegeven moeten worden om viltvorming te voorkomen.
De eerste knipbeurt is met 9 weken. Bij deze beurt is het belangrijk dat
er minimaal 2 cm
haar blijft staan. Het konijn is nog jong en mag het niet te koud krijgen.
Toch is de knipbeurt onvermijdelijk want in deze periode verandert hij van
vacht. Wordt hij niet gekortwiekt, dan raakt de nieuwe vacht in de klit
met de babyvacht.
Als u uw konijn zelf wilt bijhouden met knippen, laat dan een ervaren
Angorahouder het een keer voordoen. Het is belangrijk dat de behandeling
voor uzelf maar zeker ook voor het konijn geen drama wordt. Het moet
immers meerdere malen per jaar herhaald worden.
Ziektes
- Schurftmijt. Dit is een parasietje dat onder de huid leeft en erg
besmettelijk is. Het veroorzaakt jeuk die gepaard gaat met korsten. Het
is goed te behandelen. Om herbesmetting te voorkomen zal ook de omgeving
aangepakt moeten worden.
- Vlooien en luizen. Parasieten die op de huid leven en ook deze
veroorzaken jeuk. Met de juiste middelen ook goed te behandelen.
- Besmettelijke snot (pasteurella multocida). Veel konijnen hebben de
bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Bij vermindering van de
weerstand door bv stress kan het zich uiten. Het kán behandeld worden, maar
meestal overlijdt het konijn aan een longontsteking.
- Myxomatose wordt overgebracht door stekende insecten. De symptomen
zijn een opgezette kop, opgezette ogen en ook de anus en genitaliën worden
aangetast. Deze besmetting kan voorkomen worden door het konijn iedere 6
maanden te laten inenten.
- VHD (Viral Hemorrhagic Disease) is een ziekte die veel bij wilde
konijnen voorkomt. Het is een ziekte die zo snel verloopt dat de
symptomen vaak niet eens tot uiting zijn gekomen. Ook hier kunt u uw konijn iedere 6 maanden tegen laten
inenten.
- Doorgegroeide tanden. Bij een verkeerde stand van de tanden kan het
konijn vaak niet meer eten. Het is dan noodzakelijk de tanden
te vijlen of knippen.
- Verlamde achterhand/achterkant. Door het verkeerd oppakken van een konijn kan
het schrikken en gaan spartelen. Een konijn heeft zulke krachtige spieren dat
hij hierdoor zijn rug kan overstrekken en deze kan kneuzen en zelfs
breken.
- Epilepsie. Dit is een erfelijke afwijking maar het kan ook veroorzaakt
worden door de parasiet encephalitozoonose. Deze kan oa letsel
veroorzaken aan de hersenen. Dit komt vaak voor, maar wordt niet altijd gediagnosticeerd.

Veel plezier met uw Angorakonijn!
terug
|