|
De baardagaam (pogona vitticeps)
|
Herkomst
De baardagaam is afkomstig uit Australie. Hij leeft daar in de
woestijnachtige gebieden en in de droge open bossen, waar hij heerlijk kan
zonnen op stenen en takken. Voor de grondbewoner die de baardagaam is, klimt hij
uitzonderlijk goed.
| Herkomst |
Australie |
| Leefwijze |
Grondbewoner |
| Grootte |
± 61 cm |
| Leeftijd |
± 13 jaar |
| seksueel actief |
Tussen het 1ste en 6de levensjaar produceert
de baardagaam de beste kwaliteit eierlegsels |
| eieren |
Komen tussen de 8ste en 11de week uit. Bij
lage temperatuur komen er veel mannelijke en bij lagere temperaturen
veel vrouwelijk agamen uit de eieren. |
Gedrag
Jonge baardagamen en vrouwtjes kunnen zwaaien met hun voorpoot . Dit is een
leuke vertoning voor speciale momenten:
- bij herkenning van soortgenoten
- voor het vrouwtje om de mannetjes goed te stemmen en duidelijk te maken
dat ze klaar is voor paring
- voor de jongen als vorm van communicatie
Om vijanden af te schrikken, zet de baardagaam zijn baard op, laat deze
donker kleuren en trekt hij zijn bek open. In combinatie met zijn stekelige
uiterlijk ziet hij er zo gevaarlijk uit. Gaat de staart recht overeind? Dan is
de baardagaam alert op gevaar of ... is er misschien eten in de buurt?
Geslachtsonderscheid
Het
mannetje heeft een grovere kop en een donkerder keel dan het vrouwtje. In tijden
van paring kleurt zijn keel nog zwarter. Op de binnenkant van de dijen heeft het
mannetje ook grotere, donkere pre-anale poriën. Mocht u niet goed weten met
welk geslacht u te maken heeft, zet uw agaam dan bij een andere waarvan u zeker
weet dat het een mannetje is. Mannetjes gaan niet vrijwillig bij elkaar zitten
en in een te kleine bak zullen ze zeker vechten. Deze check mag dus maar van
korte duur zijn; haalt u ze uit elkaar voordat ze elkaar verwonden.
Huisvesting
De baardagaam wordt gehouden in een terrarium. De minimale afmeting hiervan voor
twee agamen is 150 x 40 x 40 cm. Omdat de agaam erg territoriumgevoelig is en
geen concurrentie duldt, gaan twee mannetjes niet samen. Eén mannetje en één
of meerdere vrouwtjes kunnen wel samen in een terrarium.
U kunt de bodem bedekken met grof zand, kalkzand of beukensnippers.
Zilverzand wordt beslist afgeraden. Het kan in de openingen van de agaam
binnendringen met alle nare gevolgen van dien. Er dient een waterbakje in het
terrarium te staan. Bij jonge agaampjes een klein, ondiep bakje waar ze
gemakkelijk uit kunnen komen om verdrinking te voorkomen.
Als u de ontlasting regelmatig uit de bak verwijdert, hoeft het terrarium maar
eens in de vijf weken verschoond te worden.
U heeft een Baskingspot en een UV-TLbuis nodig. Deze laatste vervangt
het zonlicht en zorgt voor de aanmaak van belangrijke vitamines. Met zo'n spot
komen ook de kleuren van uw agaam goed tot hun recht en worden eet- en
paargedrag gestimuleerd. Met een tijdschakelaar simuleert u gemakkelijk een dag-
en nachtritme. Beide lampen mogen 12 tot 14 uur per dag branden.
U creëert warme plaatsen van maximaal 45°C met een Baskingspot gericht op een
platte steen. De schaduwplekken mogen rond de 27°C zijn en 's nachts kan de
temperatuur dalen tot minimaal 12°C.
Met stronken grillig hout en plastic planten kunt u de bak verder aankleden.
Echte planten lijken leuk, maar deze zijn niet bestand tegen de warmte in het
terrarium en de klimgrage agamen.
Voeding
De voeding van de baardagaam hangt samen met zijn grootte. Voor het gezond
houden van uw agaam moet 75 % van de voeding bestaan uit dierlijk materiaal.
Jonge agamen krijgen twee- tot driemaal per week kleine krekels te eten. Houdt u
als maat voor de krekels de afstand tussen de ogen van de agaam aan. Te grote
krekels kunnen in de bek blijven steken of worden niet goed verteerd, wat kan
leiden tot dodelijke verstopping.
Vruchten en groenten snijdt u het best ook klein.
Het voer kunt u mengen met kalk en vitamines. Teveel aan kalk scheidt de
baardagaam af via de ontlasting, maar voor de vitamines dient u de aangegeven
hoeveelheid aan te houden.
Jonge agamen hebben extra aandacht nodig als het gaat om vochtinname. Het is een
idee om ze de eerste weken zo nu en dan even met hun kopje in het waterbakje te
duwen. Regelmatig natspuiten met de plantenspuit vinden ze heerlijk, ook de
volwassen agaam doet u er een plezier mee!
Vanaf de vijfde maand wordt het gemakkelijker de agaam te voeren:
babymuisjes, buffalowormen, moriowormen, wasmotten en allerlei groenten en
vruchten staan vanaf dan op het menu. Sprinkhanen kunnen ook, maar let u er op
dat deze opgegeten worden want overgebleven exemplaren kunnen aan uw agaam gaan
kluiven.
Meelwormen zijn voor volwassen agamen een aanvulling, al zijn ze vrij vet en
bevatten ze weinig voedingswaarde. Jonge agamen hebben moeite met het verteren
van de harde schaal.

Ziekte
Helaas is de agaam vatbaar voor ziektes. Veel informatie is hierover niet
beschikbaar, maar feit is dat veel zieke agamen na korte tijd sterven.
terug
|