Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Dr. Woof

 


ArtSites Internetdiensten

Het konijn


Het konijn valt, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, niet onder de knaagdieren maar behoort tot een eigen groep: de haasachtigen (Langomorpha). Het verschil met het knaagdier zit hem in het gebit en het grootbrengen van de jongen. Een konijn heeft 6 snijtanden: twee in de onderkaak en een dubbele rij in de bovenkaak. Een knaagdier heeft die extra rij niet. Het jong van een konijn is ook hulpelozer dan dat van een knaagdier. De laatste kan al snel mee-eten met wat een ouder knaagdier nuttigt. Een konijnenjong, ook wel lamprei genoemd, is de eerste 18 dagen volledig afhankelijk van moedermelk en mag na een paar weken pas wat hapjes vast voer eten. 
We onderscheiden meer dan 50 konijnenrassen, van de kleine Witte Pooltjes van 8 ons tot de grote Vlaamse Reus met een gewicht van maar liefst ruim 7 kilo.

Weetjes

Temperatuur 39 graden
Leeftijd tussen de 5 en 12 jaar
Geslachtsrijp, afhankelijk van het ras tussen 4 en 12 maanden
Cyclus af te leiden uit de paring
Aantal jongen is afhankelijk van ras tussen 1 en 12
Draagtijd circa 31 dagen
Aanschafleeftijd 8 weken


Geslachtsonderscheid
Bij het konijn kunt u op jonge leeftijd het geslacht bepalen: de afstand tussen anus en geslachtsdeel is bij de ram groter dan bij de voedster. Als het konijn ouder is, ziet u dat de ram duidelijk grover is en forse wangen heeft. Ook qua temperament is een ram meer aanwezig.

 

 

Huisvesting
Besluit u een konijn te nemen, denkt u er dan als eerste over na of het in huis komt te staan of een plekje buiten krijgt. Een konijn is beter bestand tegen kou dan hitte, maar u moet wel rekening houden met tocht en vocht.
Er zijn verschillende konijnenhokken te koop en u kunt er ook zelf een maken. Houd er hierbij rekening mee dat u zo'n hok goed schoon moet kunnen houden. Het is belangrijk dat het diertje zich kan terugtrekken in een afgeschermd gedeelte. Vooral bij de buitenverblijven is dit noodzaak. Een konijn is van nature een zindelijk dier en zal vaak een hoekje nemen als toilet. In de dierenspeciaalzaak zijn hoektoiletjes te verkrijgen. Deze zijn gemakkelijk te legen en schoon te maken. Naar gelang de grootte van het hok volstaat het om eens per week het hele hok leeg te scheppen en te reinigen. Als bodembedekking kunt u kiezen voor houtvezels of voor een ander goed absorberend  materiaal. In de winter als het koud wordt, heeft het konijn baat bij een flinke hoeveelheid warm stro.
Staat uw konijn binnen, dan kunt u hem zo nu en dan lekker in de kamer laten rondhuppelen. Maak dat gedeelte wel konijnveilig. Denk hierbij aan stroomdraden en giftige planten

.

Voeding
Er zijn verschillende soorten konijnenvoer te verkrijgen. Dit zal altijd aangevuld moeten worden met voldoende hooi voor de vezels en vers water in een drinkfles (een fles is hygiënischer dan water uit een bakje). Voer dat gegeven wordt aan muizen en ratten is niet geschikt voor konijnen. Caviavoer wel. Als u een cavia en een konijn bij elkaar zet, geeft u hen caviavoer ivm de extra vitamine C voor de cavia. Konijnenvoer voor de cavia is geen goed idee.
Verder is er veel onkruid dat het konijn erg op prijs stelt. Hieronder een paar bekende soorten die u overal kunt vinden:

Brandnetel
Dovenetel
Duizendblad
Herderstasje
Kamille
Wilde kastanje
Kleefkruid
Klein hoefblad
Paardenbloem
Weegbree
Zuring

Het konijn heeft een klein eigenaardigheidje dat we caecotrofie noemen: het opeten van de eigen ontlasting. Het gaat niet om alle keutels. Het konijn weet om welke het gaat. Deze eet hij direct na uitscheiding weer op. De keutels, zogenaamde caecotrofen, voorzien hem voor 20% aan eiwitten en 100% aan vitamine B en K.

Aanschaf
Alhoewel een konijn in groepen leeft, is het niet verstandig om in een relatief kleine kooi twee konijnen bij elkaar te zetten. Dit gaat over het algemeen niet goed. Konijnen zijn erg territoriumgevoelig en dat geeft in kleinere ruimtes problemen. De meeste kans van slagen heeft u met twee vrouwtjes die al van jongs af aan bij elkaar zijn. Of een gecastreerde man en vrouw. Het castreren natuurlijk ivm het voorkomen van nageslacht. In draagtijd en voedtijd duldt het voedstertje de ram niet in de buurt. 
Bekijk uw toekomstige konijntje goed. Ziet hij er fris en vrolijk uit en heeft hij geen vieze kont? Vraag naar de leeftijd, want hij moet zeker 8 weken oud zijn om het nest te verlaten. Vóór die tijd heeft hij de moedermelk nog hard nodig. Het darmenstelsel van een 6 weken oud konijntje is nog niet ingesteld op het volledig verteren van vast voer. Hierbij mist hij de broodnodige amylase. Amylase is een enzym dat zetmeel omzet in maltose. Wordt een konijntje van de ene dag op de andere op vast voedsel gezet, dan heeft hij grote kans op darmslijmvliesontsteking. Hij krijgt hevige diarree en zal het met de dood bekopen.

 

 

Ziektes

  • Schurftmijt. Dit is een parasietje dat onder de huid leeft en erg besmettelijk is. Het veroorzaakt jeuk die gepaard gaat met korsten. Het is goed te behandelen. Om herbesmetting te voorkomen zal ook de omgeving aangepakt moeten worden.
  • Vlooien en luizen. Parasieten die op de huid leven en ook deze veroorzaken jeuk. Met de juiste middelen ook goed te behandelen.
  • Besmettelijke snot (pasteurella multocida). Veel konijnen hebben de bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Bij vermindering van de weerstand door bv stress kan het zich uiten. Het kán behandeld worden, maar meestal overlijdt het konijn aan een longontsteking.
  • Myxomatose wordt overgebracht door stekende insecten. De symptomen zijn een opgezette kop, opgezette ogen en ook de anus en genitaliën worden aangetast. Deze besmetting kan voorkomen worden door het konijn iedere 6 maanden te laten inenten.
  • VHD (Viral Hemorrhagic Disease) is een ziekte die veel bij wilde konijnen voorkomt. Het is een ziekte die zo snel verloopt dat de symptomen vaak niet eens tot uiting zijn gekomen. Ook hier kunt u uw konijn iedere 6 maanden tegen laten inenten.
  • Doorgegroeide tanden. Bij een verkeerde stand van de tanden kan het konijn vaak niet meer eten. Het is dan noodzakelijk de tanden te vijlen of knippen.
  • Verlamde achterhand/achterkant. Door het verkeerd oppakken van een konijn kan het schrikken en gaan spartelen. Een konijn heeft zulke krachtige spieren dat hij  hierdoor zijn rug kan overstrekken en deze kan kneuzen en zelfs breken.
  • Epilepsie. Dit is een erfelijke afwijking maar het kan ook veroorzaakt worden door de parasiet encephalitozoonose. Deze kan oa letsel veroorzaken aan de hersenen. Dit komt vaak voor, maar wordt niet altijd gediagnosticeerd.

 

 

Veel plezier met uw Konijn!

terug