Voor het weergeven van de inhoud op deze pagina is een nieuwe versie van Adobe Flash Player vereist.

Adobe Flash Player ophalen

Dr. Woof

 


ArtSites Internetdiensten

Het Pooltje


Wie kent hem niet! Het kleine, witte konijntje met zijn rode of blauwe oogjes en zijn kleine oortjes.
Door zijn kleine formaat is het konijntje als huisdier erg geliefd. Met zijn maximale gewicht van 1000 gram is hij makkelijk te houden in een verblijf binnenshuis.
Het Pooltje is er in 2 soorten: de roodogige en de blauwogige. Beide hebben een witte vacht.
De blauwogige Pooltjes kwamen ongeveer 20 jaar later dan de Pooltjes met de rode ogen. De Pooltjes met blauwe ogen hebben hun herkomst in Duitsland waar men rond 1920 de Pooltjes met rode ogen kruiste met rasloze konijnen, Hollanders en Witte Weners.
Intussen heeft het ras verdere veranderingen doorgemaakt. Door de tijd heen werd het konijntje steeds kleiner gefokt. Dit was niet de beste ontwikkeling voor de voortzetting van het ras. Pooltjes kregen nestjes van maar 2 jongen per keer en er ontstonden zelfs vruchtbaarheidsproblemen door de te klein gefokt konijntjes. Dus werd het minimale gewicht op 1000 gram gezet. En als de nieuwste regels doorgezet worden, zal het gewicht zelfs op 1100 gram bepaald worden. 

Bijzonderheden
Er bestaat een klein verschil tussen de Pooltjes met rode ogen en de Pooltjes met blauwe ogen, en wel in karakter. De blauwogige zijn temperamentvoller.
Er is een beschrijving gevonden van een Pooltje met bruine ogen wat in Duitsland gefokt werd. Maar daar is tot op heden geen verdere informatie over bekend.

Geslachtsonderscheid
Bij het konijn kun je op jonge leeftijd het geslacht bepalen: de afstand tussen anus en geslachtsdeel is bij de ram groter dan bij de voedster. Als het konijn ouder is, zie je dat de ram duidelijk grover is en forse wangen heeft. Ook qua temperament is een ram meer aanwezig.

Huisvesting
Bij het Pooltje gelden dezelfde regels als bij ieder ander konijn. Geef hem zoveel mogelijk ruimte. Zet het hok nooit in de volle zon en stel het niet bloot aan tocht. Natuurlijk kun je je konijn ook tijdelijk, op een mooie droge dag, buiten op een grasveldje laten dollen. Een konijnenberg is voor bijna ieder konijn geweldig. Zo ook voor het Pooltje. Toch wordt dit diertje vaker binnen gehouden omdat hij kleiner is dan een gemiddeld konijn. Maar hij heeft wel beweging nodig. Probeer hem daarom dagelijks even rond te laten lopen in de kamer. Doe dit wel onder toezicht, zodat hij niet de kans krijgt aan elektriciteitsdraden te knagen.

Voeding
Er zijn verschillende soorten konijnenvoer te verkrijgen. Dit zal altijd aangevuld moeten worden met voldoende hooi voor de vezels en vers water in een drinkfles (een fles is hygiënischer dan water uit een bakje). Voer dat gegeven wordt aan muizen en ratten is niet geschikt voor konijnen, caviavoer wel. Als je een cavia en een konijn bij elkaar zet, geef hen dan caviavoer ivm de extra vitamine C voor de cavia. Konijnenvoer voor de cavia is geen goed idee.
Verder is er veel onkruid dat het konijn erg op prijs stelt. Hierbij een paar bekende soorten die je overal kunt vinden:

Brandnetel
Dovenetel
Duizendblad
Herderstasje
Kamille
Wilde kastanje

Kleefkruid
Klein hoefblad
Paardenbloem
Weegbree
Zuring


 

 

Konijnen hebben een eigenaardigheidje wat we caecotrofie noemen: het opeten van de eigen ontlasting. Het gaat niet om alle keutels. Het konijn weet welke hij direct na uitscheiding weer op kan eten. De keutels, zogenaamde caecotrofen, voorzien hem voor 20% aan eiwitten en 100% aan vitamine B en K.

Verzorging
Het Pooltje ziet er uit als een lief, klein, pluche speelkonijntje. Maar dat is het natuurlijk niet! Het is een volwaardig konijn wat goede verzorging nodig heeft en niet als speelgoed gehanteerd mag worden. Je kunt hem wel voorzichtig maar stevig vastpakken en vaak in handen nemen en aaien. Dat maakt hem tot een geliefd huisdier. Als het diertje verkeerd behandeld wordt, zal het negatief gedrag gaan vertonen, zoals krabben en bijten.
Tijdens het kroelen kan er meteen op lengte van nagels en tanden gelet worden. Als die te lang zijn, kunnen ze bij de dierenarts ingekort worden. Als je konijntje gewend is in handen te zijn, is dit geen stressvol bezoek. Dat is voor alle partijen fijn.

Ziektes

  • Schurftmijt. Dit is een parasietje dat onder de huid leeft en erg besmettelijk is. Het veroorzaakt jeuk die gepaard gaat met korsten. Het is goed te behandelen. Om herbesmetting te voorkomen, zal ook de omgeving aangepakt moeten worden.
  • Vlooien en luizen. Parasieten die op de huid leven en ook deze veroorzaken jeuk. Met de juiste middelen ook goed te behandelen.
  • Besmettelijke snot (pasteurella multocida). Veel konijnen hebben de bacterie bij zich zonder er last van te hebben. Bij vermindering van de weerstand door bv stress kan het zich uiten. Het kán behandeld worden, maar meestal overlijdt het konijn aan een longontsteking.
  • Myxomatose wordt overgebracht door stekende insecten. De symptomen zijn een opgezette kop, opgezette ogen en ook de anus en genitaliën worden aangetast. Deze besmetting kan voorkomen worden door het konijn iedere 6 maanden te laten inenten.
  • VHD (Viral Hemorrhagic Disease) is een ziekte die veel bij wilde konijnen voorkomt. Het is een ziekte die zo snel verloopt dat de symptomen vaak niet eens tot uiting zijn gekomen. Ook hier kunt u uw konijn iedere 6 maanden tegen laten inenten.
  • Doorgegroeide tanden. Bij een verkeerde stand van de tanden kan het konijn vaak niet meer eten. Het is dan noodzakelijk de tanden te vijlen of knippen.
  • Verlamde achterhand/achterkant. Door het verkeerd oppakken van een konijn kan het schrikken en gaan spartelen. Een konijn heeft zulke krachtige spieren dat hij  hierdoor zijn rug kan overstrekken en deze kan kneuzen en zelfs breken.
  • Epilepsie. Dit is een erfelijke afwijking maar het kan ook veroorzaakt worden door de parasiet encephalitozoonose. Deze kan oa letsel veroorzaken aan de hersenen. Dit komt vaak voor, maar wordt niet altijd gediagnosticeerd.


Veel plezier met je Pooltje!