|
Geslachtsonderscheid
Bij het vrouwelijke exemplaar loopt de staart na de cloaca taps toe tot de
staartpunt. Bij de mannetjes is de staart na de cloaca een paar centimeter
verdikt. Hier liggen de hemipenissen. Juist tijdens de paartijd zijn deze
beter waarneembaar.
Huisvesting
Een terrarium voor een rattenslang moet minimaal 60x40x50 cm groot zijn.
Maar hoe groter, hoe beter. Omdat het een actief diertje is, mogen
klimmaterialen in de vorm van takken en stenen niet ontbreken. Ook
schuilplaatsen zijn welkom. Deze moeten zo neergezet zijn dat ze niet
wegschuiven of omvallen waardoor de slang er onder vast kan komen te
zitten. In de natuur leeft hij in een vochtige omgeving. Dit kunt u
nabootsen door de bodem te bedekken met schorssnippers die vocht langer
vasthouden. Als u om de dag sproeit met water houdt dat het vochtgehalte
van het terrarium op peil. Plaats ook een waterbak waar de slang geheel in
past om te drinken en te badderen.
Het terrarium moet warme plekken, onder een spot ongeveer 35 graden, en
koelere van 22 graden hebben. Om het zonlicht na te bootsen, gebruikt u
ultraviolet licht. Voor beide lichtbronnen geldt: 12 tot 14 lichturen.
Staat het terrarium 's winters te koud? Zorgt u dan voor een warmtesteen
als bijverwarming.

Voeding
Op het menu van de Rattenslang staan uiteraard ratten! Verder allerlei
knaagdieren zoals muizen, vogels, gerbils en veeltepelmuizen. In de natuur
leeft hij ook van kikkers en hagedissen, maar de slang kan zijn hele leven
goed met muizen toe.
De rattenslang is een beginnerslang omdat hij makkelijk eet. U kunt uw
jónge slang aanleren dode prooien te eten. Dit hoeft natuurlijk niet, maar
het is wel makkelijk. De voermuizen kunt u dan in de vriezer bewaren, zo
heeft u altijd voer voorradig. Even ontdooien en klaar!
De grootte van de prooi hangt af van de grootte van de slang. Voor de
juiste maat prooi gaat u uit van de doorsnee van de slang. De doorsnee van
de prooi mag 1,5 keer groter zijn dan het dikste deel van uw slang. Dit is
meestal de kop. Als uitgangspunt kunt u een jonge slang 2 keer per week
een pinky geven. Naar gelang de slang groeit, geeft u grotere prooien. Bij
een lengte van ongeveer een meter kan hij volstaan met 1 keer per week een
prooi naar verhouding.
Heeft u 2 slangen, hou ze dan even apart als u hen voert om te voorkomen
dat ze elkaar willen opeten of gelijktijdig de prooi aanvallen. En eet de
slang zijn levende prooi niet gelijk op, haal de muis of rat dan weer weg.
Een volwassen muis of rat kan een hoop schade aanrichten aan uw slang.
Ziektes
- Braken
Soms kan het voorkomen dat de slang zijn prooi weer uitspuugt. Dit kan
veroorzaakt worden door een te lage temperatuur. De slang is dan niet in
staat zijn prooi te verteren. Temperatuur omhoog, vooral 's nachts!
- Vervellen

Als uw slang moeite heeft met vervellen, is dat meestal te wijten aan
een te droge omgeving. Sproei de bak met water. Als dit niet voldoende
is, baddert u de slang dan in lauwwarm water.
- Niet eten
Door verandering van omgeving, vervellen of toe zijn aan paring kan een
slang niet willen eten. Een volwassen slang kan wel een paar weken
zonder eten. Met hele jonge dieren moet u wat voorzichtiger zijn. Onder
dwang voeren kan dan een oplossing zijn. Hierbij moet u de prooi
letterlijk bij de slang in de bek proppen totdat hij hem doorslikt.
- Bloedmijt
Dit is een kleine parasiet die leeft in het bloed van uw slang. In de
dierenspeciaalzaak zijn er verschillende middelen tegen te verkrijgen.
Het is van groot belang om het terrarium goed te behandelen om
herbesmetting te voorkomen.

Veel plezier met uw Rattenslang!
terug
|