De eerste Shelties komen uiteraard van de Shetland Islands. Deze liggen
boven Schotland en ten westen van Noorwegen. Hier hadden de eilandbewoners
de gewoonte hun vee, hun Shetland pony's en hun schapen vrij rond te
laten lopen. Rond de kleine boerderijen, 'toons' genaamd, stonden muren van opgestapelde
stenen om er voor te zorgen dat het vee niet bij de gewassen kon komen. Toch lukte het de schapen en pony's met regelmaat over de
barrière heen te springen en de tuinen te plunderen. Hier werden de
eerste kleine hondjes op ingezet, de
"Toonies", soms ook wel aangeduid als Fairy dogs (feeën hondjes).
De voorouders van de Shelties zijn de King Charles Cavalier Spaniel en de
kleinere, niet erkende, IJslandse hond de Yakkin. Een dikke, dichte
vacht moest hem beschermen tegen het gure weer op de eilanden.
Het kleine, schattig uitziende hondje werd ook erg gewaardeerd door
Walvisvaarders. Ze namen hem mee aan boord of gaven hem als gezelschapsdier
aan de familie overzee. In 1909 werd de Sheltie als Shetland Collie erkend
door de Engelse Kennel Club. In 1914 werd de naam door de rasvereniging omgezet naar Shetland
Sheepdog .
Herkomst
Shetland eilanden
Schofthoogte
reu 37 cm.- teef 35,5 cm. Mag maximaal 2,5 cm
afwijken
Oren
tip-oren: rechtopstaande oren waarvan alleen het
puntje vooruit steekt
Vacht
dikke, kort wollige ondervacht en lange, gladde,
glanzende bovenvacht
Kleur
sable: warmbruine kleur op de rug, met wit
tricolour: zwart op de rug met witte en bruine aftekeningen op benen
en kop
bleu merle: blauwkleur gemarmerd met witte en
warmbruine aftekeningen
zwart met wit
bruin en zwart, zonder wit
Karakter
De Sheltie is een intelligent en behendig hondje wat hem geschikt maakt
voor vele doeleinden in de hondensport. Het waken zit in hem en maakt hem wantrouwend ten opzichte van vreemden. Van nature is het een
goedaardige hond voor kinderen, wat hem tot een gezellige huishond maakt.
En als je van wandelen houdt, gaat hij graag met je mee.
Zwart met wit
Tricolour
Vacht
De Sheltie heeft een dikke, dubbele vacht: wollig van onderen en glad
en lang bovenop. Zijn vacht staat wijd uiteen. Het
geheel zorgt voor meer 'haar' dan hond. U voorkomt klitten door hem minimaal eens in de 2
weken een grondige borstelbeurt te geven. Vaker borstelen is natuurlijk
nog beter! Gebruik eerst een borstel met grove pinnen. Hiermee spreidt u de vacht en haalt
u de eerste klitten weg.
Daarna gebruikt u de grove kam voor het fijnere werk. Vergeet vooral de
plekken
achter de oren en de oksels niet.
In de ruitijd kunt u een wolkam met korte en lange pennen nemen om het
loskomen van de vlokken onderhaar te vergemakkelijken. Iedere hond kan naar de
trimsalon, ook dit ras. Vooral in de ruitijd kan dit uitkomst bieden. Maar
ook tussendoor is een gekapt hondje leuk om in huis te hebben! Daar
komt bij dat een trimmer ook op andere dingen let, zoals: oren, gebit,
nagels, parasieten en oneffenheden als wratten en
bultjes.
Sable
Bleu merle
Ziektes
Van de Sheltie is bekend dat hij bepaalde ziektes kan overerven.
Natuurlijk kan beter niet worden gefokt met een hondje wat bepaalde ziektes
bij zich draagt. Maar omdat ziektes nooit geheel zijn uit te sluiten,
gebeurt het nog wel. Als u wilt gaan fokken met uw Sheltie is het
belangrijk dat u hem laat testen op CEA = Collie Eye Anomaly. CEA is de verzamelnaam voor ontwikkelingsstoornissen
aan het netvlies en de achterwand van het oog. Hondjes met deze stoornis hebben slechter zicht en grote kans op blindheid.
Het is gelukkig niet pijnlijk en een Sheltie past zich vaak
wonderbaarlijk goed aan de omstandigheden aan.
De
test kan al op de leeftijd van 6 weken gedaan worden, dus nog vóór u de
pup aanschaft. Hiermee kunt u zo goed als uitsluiten dat de hond een
overerfelijke oogafwijking heeft. Helaas kan hij of zij nog wel
drager zijn en de stoornis doorgeven.