|

Geslachtsonderscheid Het geslacht is bij de
jongere dieren te bepalen door de staart omhoog te trekken richting rug.
Hierdoor komt er spanning op de huid te staan. Bij de mannelijke
exemplaren ziet u dan 2 verdikkingen van de hemipenissen zitten. Bij te
jonge dieren is het niet duidelijk te zien. Bent u dus van plan meerdere
agamen bij elkaar te zetten en wilt u zeker weten wat het geslacht is, dan
kunt u beter voor een iets ouder exemplaar kiezen.
Huisvesting De Wateragaam is een 'water en land-dier'
waarvan de man vrij territoriaal is. In de natuur leeft hij in groepen.
Het is goed om dit in gevangenschap na te bootsen. U heeft voor 1 mannelijke en 2 vrouwelijke Wateragamen
minimaal een bak nodig van 150x50x60cm met een groot wateroppervlak. Omdat
de Wateragaam zijn ontlasting in het water doet, is het aan te raden om het water
met een pomp te
filteren.
Voor de Wateragaam zijn lekker badderen en
klauteren zijn lust en zijn leven. De achterwand kunt u het beste
voorzien van kurk. Dit vergroot het klauteroppervlak. Voor ieder dier moet
er daarnaast een lekkere hangstok en/of schuilplaats voorhanden zijn. Dit kan in beide gevallen
van kienhout zijn. De bak dient voorzien te zijn van een
warmtespot, waaronder het zo'n 40 graden C mag worden. Niet te laag hangen;
de agamen mogen zich er niet aan kunnen branden! Hang de warmtespot zodanig
boven de bak dat de diertjes voor een warme of koele plek kunnen kiezen. De temperatuur op de overige plaatsten
ligt dan tussen de
27 en 32 graden.
De bodem kan bedekt worden met een vochtbestendig materiaal zoals bark. De luchtvochtigheid
ligt het best rond
de 85%. Dit percentage wordt door regelmatig sproeien in de bak al snel
behaald. Bent u van plan te kweken? Dan zult u voor zand moeten zorgen, zodat
de vrouwtjes daar hun eieren in kwijt kunnen.
Voeding De Wateragaam is een alleseter. De jongere
dieren leven vooral op insecten zoals krekels, regenwormen, meelwormen,
sprinkhanen enz. Deze moet u regelmatig bestrooien met calcium en
vitamines. Oudere dieren zijn uiteraard groter en kunnen ook groter eten
aan. Denkt u hierbij aan nestmuizen en ratjes. Ook kattenvoer uit blik is
voor sommige een delicatesse. Een volwassen dier eet af en toe groenten en fruit. Wissel dit af, zodat er een gevarieerd dieet ontstaat.
Laat nooit krekels of sprinkhanen in de bak achter als uw diertjes er
geen trek in hebben. Anders kan het zijn dat deze insecten aan de Wateragamen gaan
knagen.
J onge dieren moet u iedere dag voeren. Bij volwassen
dieren kán dit iedere dag, maar het hangt er van af wat u hen voert. Een babymuisje heeft
uiteraard veel meer voedingswaarde dan een meelworm. Dus na een muisje
kunt u best een paar dagen overslaan. Voer 'op het oog': let op dat de Wateragaam niet te dik
wordt, want in dat geval zult u minder vaak of kleinere hoeveelheden voer moeten geven.
Een goede verhouding qua dieet:
| * |
insecten |
40% |
50% |
| * |
regenwormen |
10% |
20% |
| * |
muizen |
40% |
20% |
| * |
fruit en groenten |
10% |
10% |
Gedrag De Wateragaam is een dagdier. Indien u hem van
jongs af aan met regelmaat in de hand neemt, is hij redelijk te hanteren.
Dit heeft zo zijn voordelen. Verder kan het een vrij onrustig diertje zijn.
Wat nog wel eens voorkomt, is dat hij tegen het raam springt, met als gevolg dat hij zijn bek bezeerd. Bij een schoon verblijf, in het bijzonder
het water, kan dit goed genezen. Heeft u echter stilstaand water, dan is het goed mogelijk
dat de bek door de aanwezige bacteriën gaat ontsteken en de Wateragaam hieraan
overlijdt.

Veel plezier met uw Wateragaam!
terug
|